Wie tegenwoordig door Kloosterveen rijdt, ziet een moderne woonwijk met duizenden woningen. Maar onder deze jonge wijk ligt een veel oudere geschiedenis. Eeuwenlang bestond het gebied ten westen van Assen voor een groot deel uit uitgestrekte veengronden. Vanaf de achttiende eeuw veranderde dat landschap ingrijpend door de winning van turf.
De geschiedenis van Kloosterveen begint echter al veel eerder.
Van kloostergrond naar Kloosterveen
Het veengebied ten westen van Assen behoorde oorspronkelijk bij Witten. In 1487 kwamen Witten en de bijbehorende veengronden in bezit van het klooster Maria in Campis in Assen.
Daar ligt ook de oorsprong van de naam Kloosterveen: het veen dat bij het klooster hoorde.
Na de Reformatie verdwenen de kloosters als grootgrondbezitters en kwamen de voormalige kloostergronden uiteindelijk in handen van de Landschap Drenthe. De uitgestrekte veengebieden bleven echter nog lange tijd grotendeels onaangetast.
Dat veranderde in de tweede helft van de achttiende eeuw.
Ontveening begint rond 1765-1767
Rond 1765-1767 begon de ontwikkeling van het noordelijke gedeelte van de Smildervenen, waartoe ook Hijkersmilde en Kloosterveen werden gerekend.
In 1767 kwam de ontwikkeling van het veengebied daadwerkelijk op gang. Het doel was duidelijk: het hoogveen ontwateren, afgraven en de gewonnen turf verkopen als brandstof.
Voor grootschalige turfwinning was alleen één groot probleem: de turf moest ook vervoerd kunnen worden.
Daarvoor waren goede vaarwegen noodzakelijk.
Drentsche Hoofdvaart verandert het gebied
Vanaf 1771 werd de toenmalige Smildervaart verder in de richting van Assen gegraven. Deze waterweg zou later bekend worden als de Drentsche Hoofdvaart.
De vaart was van groot belang voor de ontwikkeling van Kloosterveen. Via het water konden materialen worden aangevoerd en enorme hoeveelheden turf worden afgevoerd.
In 1772 werden de zogenoemde Klooster- of Landschapsvenen aangekocht door de Annerveensche Heeren Compagnie, onder leiding van Lambartus Grevijlink.
Daarmee kreeg de commerciële vervening van het gebied een verdere impuls.
De Drentsche Hoofdvaart bereikte uiteindelijk in 1780 Assen. Vanaf dat moment beschikte het veengebied over een belangrijke doorgaande vaarverbinding.
Eerste bewoners vestigen zich langs het veen
Met de vervening kwamen ook steeds meer mensen naar het gebied. Veenarbeiders, schippers, verveners en andere arbeiders vestigden zich langs de vaart en de gegraven watergangen.
Zo ontstond geleidelijk het oude buurtschap Kloosterveen.
Rond 1780 zouden er in het gebied al ongeveer honderd bewoonde huizen hebben gestaan. Bij de volkstelling van 1795 telde het gebied 455 inwoners.
Kloosterveen was daarmee niet langer alleen de naam van een uitgestrekt veengebied. Er ontstond daadwerkelijk een gemeenschap.
Wijken werden diep het veen in gegraven
Voor de turfwinning werden vanaf de hoofdvaart kleinere watergangen het veengebied in gegraven. Deze werden wijken genoemd.
De wijken hadden meerdere functies. Ze zorgden voor de ontwatering van het veen, maakten het gebied bereikbaar en werden gebruikt om turf per schip naar de Drentsche Hoofdvaart te vervoeren.
Hierdoor ontstond het karakteristieke landschap met lange, rechte watergangen en smalle percelen.
Ook de Witte Wijk speelde een belangrijke rol. Deze werd in 1854 verbreed, waardoor de Klooster- of Landschapsvenen beter bereikbaar werden vanaf de Drentsche Hoofdvaart.
Restanten van dit oude ontginningslandschap zijn nog altijd terug te vinden. De Domeinwijk is bijvoorbeeld een herkenbaar onderdeel van het vroegere wijkenstelsel.
Hoogtepunt van de turfwinning in de 19e eeuw
Hoewel de ontveening in de achttiende eeuw begon, kwam de grootste turfproductie pas in de negentiende eeuw.
Voor het noordelijke gedeelte van de Smildervenen wordt een productieperiode van ongeveer 1772 tot 1898 genoemd. Vooral tussen 1820 en 1875 werd op grote schaal turf gewonnen.
Rond 1853 bereikte de turfproductie een hoogtepunt.
Het oorspronkelijke hoogveenlandschap veranderde hierdoor volledig. Waar eerst uitgestrekte veengebieden lagen, ontstonden na het afgraven landbouwgronden, watergangen, wegen en nederzettingen.
Tegen het einde van de negentiende eeuw was een groot gedeelte van het veen afgegraven en verloor de turfwinning steeds meer aan betekenis.
Van veengebied naar woonwijk
Meer dan twee eeuwen later veranderde het gebied opnieuw ingrijpend. Vanaf het einde van de twintigste eeuw begon Assen hier met de ontwikkeling van de huidige woonwijk Kloosterveen.
Op plaatsen waar ooit veenarbeiders turf afgroeven en turfschepen door smalle wijken voeren, staan tegenwoordig duizenden woningen.
Toch is de geschiedenis nog niet helemaal verdwenen.
De Drentsche Hoofdvaart, oude watergangen, verkavelingspatronen en historische namen herinneren nog altijd aan het veenlandschap waaruit Kloosterveen is ontstaan.
En zelfs de naam van onze wijk vertelt dat verhaal iedere dag opnieuw:
Kloosterveen – het veen dat ooit bij het klooster van Assen hoorde.
Het veen dat ooit bij het klooster van Assen hoorde.